Historie

 

DE GESCHIEDENIS VAN DE STICHTING:

"HET GEREFORMEERD MINNE OF ARME OUDE MANNEN EN VROUWENHUIS"



Onze stichting is één van de oudste van Nederland en daarom is de geschiedenis zo interessant. Wij willen u dit verhaal dan ook niet onthouden.

Rond 1773 was de zorg voor de armen (minnekinderen werden ze toen genoemd) opgedragen aan de meesters van de huisarmen, de zogenaamde huiszitten-meesteren en de diaconie van de Hervormde Gemeente. Voor zover als mogelijk was, werden de armen en onverzorgden ondergebracht in drie minnehuizen, twee voor vrouwen en één voor mannen. Bovendien werden velen nog bij particulieren verpleegd.

Het was de heer Johan van der Marck, hoofdofficier van deze stad, die als eerste erflater voor deze instelling een legaat van f 2000,-- naliet.

Niet lang daarna overleed Mr. Nicolaas van der Velde, burgemeester van Leiden, die in zijn testament verklaarde aan het te stichten minnehuis een bedrag van NLG 40.000,-- te legateren onder de conditie dat het huis zou worden geadministreerd door bijzondere regenten, zodat de regenten van het Huiszittenhuis nooit enig toezicht, bewind of administratie hier over zouden mogen hebben. Zo is dus eigenlijk onze stichting voortgekomen uit een twist tussen de huiszittenmeesteren en het stadsbestuur.

In 1782 werd dan toch door de burgemeester en de vroedschap, besloten het "Gereformeerde minne of arme oude mannen en vrouwenhuis" op te richten.

Hiervoor werd bestemd en afgestaan het armen kinderhuis, dat stond op de plaats waar nu de kaasmarkt is en waar voor die tijd het oude invalidenhuis heeft gestaan.

Toen eindelijk, na onenigheid over het aanstellen van de eerste "binnenvader" (directeur),alles in het huis in orde was gemaakt konden op 29 december 1783 de eerste vrouwen worden gehuisvest. Het jaar daar op had men al 74 arme lieden onderdak.

In 1794 kwamen de Fransen in ons land en die moesten worden ingekwartierd in het minnehuis dus verhuisden alle bewoners naar het Caecillia gasthuis (het tegenwoordige gerestaureerde Elisabethgasthuishof) om pas na een jaar weer terug te keren.

Tien jaar later moesten zij echter weer uit hun huis omdat het als kazerne moest dienen, nu echter voor het Staten college.

Door aankoop van enige huizen aan de Herengracht werd er door verbouwing een nieuw gesticht gecreëerd hetwelk op 18 mei 1818, door verhuizing met een overdekte schuit, betrokken werd.

In 1880 kreeg men aansluiting op de duinwaterleiding doch de wensen der regenten gingen zelfs nog verder, men begon over de bouw van een nieuw huis te denken.

In 1886-1887 verrees het Oudenliedenhuis aan de Herengracht. 

Er zijn na 1931 nog veel interne verbouwingen geweest, bij de laatste verbouwing kreeg iedere bewoner een eigen chambrette, een mooi woord voor slaaphokje, want meer was 't niet.


Dit tafereel omringd door 25 schilden, één met het Leidse wapen, de andere schilden bestemd voor de wapens van de andere regenten, het geheel omgeven door een vergulde lijst.


Ook het monogram van het gesticht een 0, waarin over elkander geworpen de hoofdletters A.M.V.H., is op het doek aangebracht. De wapens en helmtekens van 5 regenten zijn er op geschilderd en u kunt het nog steeds bewonderen want het hangt in het trappenhuis op de tweede etage.


Laten we weer even teruggaan naar het Oudenliedenhuis, hoewel het een prachtig pand was en nog is, was het van binnen dermate oud en uit de tijd, dat het bestuur rond de jaren 70 besloot om een nieuw modern huis te laten bouwen.

Men wilde weer een huis in de stad en niet, zoals toen gebruikelijk was, aan de rand van de stad met veel groen er omheen. Het bestuur had toen voor die tijd al een vooruitstrevende visie want men wilde het nieuw te bouwen huis toen al dienbaar maken voor de wijk waar het zou komen te staan.

Plannen daarover, zoals een grotere recreatiezaal (koffie- drinken- kaarten- amusementsavondjes met wijkbewoners enz.) werden door de voor het zeggen hebbende instanties, van tafel geveegd.


De ironie van dit alles is dat nu van hogerhand gepropageerd wordt de bejaardenhuizen dienbaar -te maken voor de wijk.


Dit was even terzijde, we pakken de draad van het verhaal weer op. Na heel veel vergaderingen en besprekingen met allerlei instanties en na heel veel moeilijkheden en bezwaren overwonnen te hebben, ging uiteindelijk de eerste paal de grond in.

Op 12 december 1973 werd, door twee toenmalige bewoners van het Oudenliedenhuis, de eerste steen gelegd.

Anderhalf jaar later, op 12 mei 1975, werden de bewoners van het Oudenliedenhuis per rondvaartboot naar hun nieuwe huis gebracht.....